Geschiedenis van Uithuizermeeden

Langs de kust van Noord-Groningen strekt zich een kwelderwal uit. Door de bedijking werd de kwelderwal beschermd voor de zee, waardoor bewoning mogelijk werd en achtereenvolgens de plaatsen Uithuizen, Uithuizermeeden en Roodeschool ontstonden. Uithuizermeeden dateert van omstreeks de 12e / 13e eeuw.

Omdat tegen de dijken telkens vruchtbare gronden werden afgezet ontstond door het recht van aanwas een welvarende boerenstand. Overblijfselen hiervan zijn onder andere de borgen; vergrote en versterkte woonhuizen. In Uithuizermeeden is alleen de Rensumaborg in stand gebleven. De hoofdtoegang naar de Rensumaborg wordt gevormd door de Rensumalaan, lopende vanaf het begin van de Torenstraat. Hier bevindt zich namelijk de oudste kern van Uithuizermeeden, de Torenbuurt, rondom de hervormde kerk. Nadat in 1652 de nieuwe kadijk (Middendijk) was gelegd nam de bevolking in het oostelijk deel toe. Uithuizermeeden ontwikkelde zich tot streekdorp in oostelijke richting langs Torenstraat/Hoofdstraat. Rond het kruispunt met de weg over de Oude Dijk en de Havenweg vond nieuwe kernvorming plaats.

Een forse ingreep was aan het einde van de 19e eeuw de aanleg van de spoorlijn Sauwerd-Roodeschool, waardoor het dorp in tweeën werd gedeeld. Langs de wegen en paden ontstond geleidelijk bebouwing, maar ingrijpende veranderingen dateren vooral van na de tweede wereldoorlog door planmatig optreden. De uitbreiding Oranjebuurt en West zijn het gevolg van het streven te komen tot concentratie van het noordelijk deel van het langgerekte streekdorp.

In het groene overgangsgebied naar de Rensumaborg zijn bijzondere voorzieningen gesitueerd, waaronder het bejaardentehuis ´De Mieden´.  Het Johan van Veenplein is ontstaan met de bedoeling het winkelbestand te concentreren en dorp als het ware een ´hart´te geven. En het meest recente planmatige optreden betreft de uitbreiding Scherphorn ter plaatse van het voormalige tuinbouwproject.

Tal van ontwikkelingen en initiatieven uit het verleden zijn nog nu zichtbaar en van invloed. Soms gaat  het om karakteristieke elementen die men wil behouden, hetgeen beperkingen met zich mee brengt (bijvoorbeeld de oorspronkelijke struktuur, waardevolle panden enzovoort). Soms gaat het om ontwikkelingen die niet zijn voltooid (bijvoorbeeld het Johan van Veenplein) of elementen die hun functie hebben verloren (open gaten).

Het wapen van Uithuizermeeden

De meermin is hét symbool van Uithuizermeeden. In november 1886 verleende koning Willem III een wapen aan de burgerlijke gemeente Uithuizermeeden. Het wapen is blauw van kleur met op de voorgrond een meermin, die met opgeheven armen opstijgt uit een groene zee. Tevens rijzen gouden korenaren op uit zee. Het wapen symboliseert duidelijk de geschiedenis van Uithuizermeeden; een vruchtbaar gebied dat uit zee is opgerezen. Het fabeldier, de zeemeermin, is het symbool van de verleiding maar staat tevens voor moederliefde en (maagdelijke) reinheid. De onstaansgeschiedenis van "Mij" heeft al deze aspecten in zich.

Verder verloop

Het dorp Uithuizermeeden ligt in het noordoosten van de provincie Groningen en is het op een na grootste dorp van de gemeente Eemsmond. Op 21 oktober 1811 werd officieel de gemeente Uithuizermeeden een feit. Tot deze gemeente behoorden de dorpen Roodeschool, Oldenzijl, Oosternieland, Oudeschip, Oosteinde, Hefswal en uiteraard Uithuizermeeden zelf. Een gemeente met een van oorsprong agrarisch karakter. 

In de jaren '50 en '60 werden plannen gemaakt om een diepzeehaven in de gemeente aan te leggen. Deze Eemshaven, die oa. zou moeten zorgen voor meer werkgelegenheid (in naar verwachting de -petrochemische- industrie) in Noord Nederland, werd op 7 juni 1973 door Koningin Juliana officieel geopend. Op 1 januari 1979 werden de gemeenten Uithuizermeeden en Uithuizen samengevoegd tot de gemeente Hefshuizen. Na de gemeentelijke herindelingen in de begin jaren '90, kwamen de gemeenten Usquert, Warffum en een deel van Kantens bij de gemeente. Sinds 1 januari 1992 heet deze gemeente, qua oppervlakte een van de grootste van Nederland, gemeente Eemsmond.

Bekende meister: ir. Johan van Veen

Rond het begin der zestiger jaren kwamen de eerste ideeën los over de vestiging van een haven aan de relatief diepe Oude Wester Eems. Het mag niet onvermeld blijven, dat de eerste stemmen uit de gemeente Uithuizermeeden kwamen. Die ideeën werden doorgaans als "een lachertje" bekritiseerd. "Ongeloofwaardig en bespottelijk", een hersenschim en een fleurige zeepbel: zo werden de plannen aanvankelijk afwijzend ontvangen. Een luchtkasteel en een haven-fata morgana, schreven kranten destijds. Echter, een oud-inwoner van Uithuizermeeden, Ir. Johan van Veen -in leven Directeur-Ingenieur van Rijkswaterstaat en tevens geestelijk vader van het Deltaplan - en gesteund in dat prille begin door de toenmalige havenschapsdirecteur L.T. Voslamber en later de Delftse hoogleraar prof. ir. Nanko Nanninga- bekeek het serieus en begon een diepgaande studie over de eventuele mogelijkheden van een grote haven aan Uithuizermeeden's kust.

Wel nu, u weet wat dit uiteindelijk heeft opgeleverd!

Op 7 april 1970 was het zover: De Eemshaven werd aanbesteed. Een mijlpaal in de ontwikkeling van het Noorden was bereikt! Het nieuwe dorpsplein in het centrum van Uithuizermeeden is vernoemd naar Ir. Johan van Veen. In de afgelopen tijd heeft het Johan van Veenplein een behoorlijke verandering ondergaan. Er is alle ruimte om een praatje te maken, boodschappen te doen of een ommetje te maken. Overal kunnen auto's, fietsers en voetgangers komen en het is de bedoeling dat iedereen gebruik maakt van het plein, zoals hij/zij dit graag wil. Er gelden slechts twee verkeersregels: maximum snelheid is 30 km/uur en verkeer van rechts (Kerkstraat en Oudedijksterweg) heeft voorrang.

Meijster Volkslaid

Ellek laand dat het zien kopstuk, op zo'n kopstuk wonen wie,
t'Is veur elk nog nait aanneemlijk, moar de rest dei hangt er bie.
As 't kopstuk nait te goud is, is het mit de mens nait best,
Moar as 't ons hier moar ain moud is, lukt het ook wel aan de rest.
Oethoezermeeden, Oethoezermeeden, Kop van Nederland. (bis).

En dei kop dei het gain scheling, want wie hemm'n ze alle zeuv'n,
Oldenziel, 't Oosterneiland, Roodeschoul en 't Olleschip.
En din nog Hefswaal, 't Oosten en tot slöt de Hoofdstad Meij.
Allemoal ien ain gemainte, ien de kop van Nederland.
Oethoezermeeden, Oethoezermeeden, Kop van Nederland.

't Zolte nat, dat benn'n wie boas worn, ien de polders gruit nou geld.
Vrouger was 't niks as slikschorn, moar nou stoft het korenveld.
En wie waarken mit plezaier, ogen lös en mondje dicht.
Vrundelijk veur mens en daaier, 't Noorden kent zien aigen plicht.
Oethoezermeeden, Oethoezermeeden, Kop van Nederland